Kwintes magazine en Jaarbeeld zijn voor alle organisaties met een maatschappelijke taak, zoals gemeenten, wijkteams, huisartsen, zorgorganisaties, woningcorporaties en zorgverzekeraars.

Deze magazines automatisch ontvangen? Meld u hier aan.

In-, door- en uitstroom, het zijn begrippen die je overal in het sociale domein tegenkomt. Ze worden gebruikt in de sociale volkshuisvesting, de ggz, de schuldhulpverlening, de arbeidstoeleiding en de maatschappelijke opvang. Op zich is dat niet onlogisch, want letterlijk of figuurlijk komen mensen ergens binnen, maken een aantal stappen en gaan weer weg.

Stroomlijnen

In-, door- en uitstroom, het zijn begrippen die je overal in het sociale domein tegenkomt. Ze worden gebruikt in de sociale volkshuisvesting, de ggz, de schuldhulpverlening, de arbeidstoeleiding en de maatschappelijke opvang. Op zich is dat niet onlogisch, want letterlijk of figuurlijk komen mensen ergens binnen, maken een aantal stappen en gaan weer weg.

Soms zijn het zelfs bruikbare begrippen, om zaken snel helder te krijgen. Als er problemen zijn bij de uitstroom, zoals nu bij de ggz-instellingen, RIBW’s en de opvang (naar schatting kunnen zo’n 16.000 mensen de instellingen al verlaten, maar wachten op woonruimte), dan heb je geen hogere wiskunde nodig om te begrijpen dat dit leidt tot oplopende wachttijden bij de in- en doorstroom. Gebruik van deze begrippen heeft nog een ander voordeel: het maakt het vergelijken van de prestaties van instellingen en voorzieningen gemakkelijker. De in-, door- en uitstroom kan immers uitgedrukt worden in tijden en aantallen, die zich weer laten vertalen in kosten en bereik. Best handig voor beleidsmakers en financiers.

Toch heb ik ook altijd een ongemakkelijk gevoel bij deze drie begrippen. Dat komt omdat het eigenlijk logistieke termen zijn, die los staan van mens en inhoud. Het kan evengoed om containers gaan in plaats van om patiënten en cliënten. En daar wringt het voor mij. De drijvende logica van de logistiek is een andere dan die van behandeling, hulp en ondersteuning. In het eerste geval gaat het vooral om kwantitatieve grootheden, zoals hoeveelheden en doorlooptijd. In het tweede om meer kwalitatieve, zoals herstel en het opbouwen van een zelfstandig bestaan. Om het wat deftiger te zeggen in de woorden van een van de grondleggers van de sociologie, Max Weber: het één is gebaseerd op functionele rationaliteit, het ander op substantiële rationaliteit. Als het goed gaat, ondersteunt de functionele logica de inhoudelijke. Max Weber constateert dat het functionele vrijwel altijd de inhoud dreigt te overwoekeren. Daar heeft hij een punt. Dagelijks zijn daar voorbeelden van te zien. Van het ziekenhuisbed dat leeg moet, zonder dat duidelijk is dat in de thuissituatie aan de voorwaarden is voldaan voor verder en volledig herstel. Tot de wijze waarop de gemeente Rotterdam - niet voor niets de grootste containerhaven ter wereld - bij de inrichting van de nieuwe wijkteams opdroeg dat zij zich niet langer dan zes weken met een ‘casus’ mochten bezig houden.

Tegenwoordig is ambulantisering, het helpen, ondersteunen en behandelen van mensen in hun thuissituatie, ‘hot’. Het principe juich ik toe, maar met een aantal mitsen. De noodzakelijke voorwaarden om effectief te kunnen handelen moeten aanwezig zijn. De draaglast van het sociale netwerk van de betrokkene mag de draagkracht niet overtreffen. Ten slotte, als de nood aan de mens komt, moet opname of opvang mogelijk en beschikbaar zijn. Ambulantiseren louter om instroom te beperken of kosten te verlagen, lost geen vraagstukken en problemen op. Zij worden slechts verplaatst. En dat, leert de ijzeren wet van het sociaal domein, leidt alleen maar tot meer problemen, hogere kosten en veel persoonlijk en maatschappelijk leed.

Jan Laurier,
Voorzitter Federatie Opvang

Stroomlijnen